Homepagina > Toerisme > Meer weten over Durbuy > De morfologie van de dorpen en gehuchten

De morfologie van de dorpen en gehuchten

  • Volgens een socio-economische studie van Arnaud DESSOY behoort Durbuy tot de W6 Cluster. Dit beslaat de kleine, centrale gemeentes van de provincie Luxemburg en Namen, waarvan de hoofdactiviteiten land- en bosbouw (primaire sector) en het toerisme zijn. De streek heeft een zekere aantrekkingskracht die het resultaat is van een relatief goede tertiaire infrastructuur die tot het publieke (administratie, scholen, ziekenhuizen) evenals tot het privé-domein (handelaars, hôtels, restaurants, …) behoort.

    De oude stad Durbuy heeft, in tegenstelling tot Barvaux en Bomal, veel van zijn uitzicht uit het verleden bewaard. De gebouwen kennen een opmerkelijke homogeniteit, en dateren voornamelijk uit de 17de en 18de eeuw. Dat maakt van Durbuy niet alleen een van de toeristische juwelen van het zuiden van België, maar ook het symbool van een nieuwe grootgemeente. Het heeft zijn naam gegeven aan het geheel, ondanks het feit dat het vijf maal minder inwoners dan Barvaux had. Barvaux is wel de logische zetel van de gemeentelijke administratie geworden, evenals van verschillende openbare diensten. Zijn ligging, met meerdere vrije en gevarieerde zones rondom die uitbreiding toelaten, laat eventuele toekomstige veranderingen mogelijk : het toerisme in de Ourthevallei, en de industrie in de nijverheidszone langs de weg Barvaux-Marche. Bomal, dat bekend is voor zijn zondagsmarkt, heeft ook verscheidene ontwikkelingsmogelijkheden. Bovendien gaat de nakende inrichting van het centrum van dit dorp, aan de samenloop van Ourthe en Aisne gelegen, zijn beminnelijk en aantrekkelijk karakter nog benadrukken.

    Kerken en klokketorens
    Vanaf de 16de eeuw treft men in de religieuze architectuur de Romaanse stijl aan, meer bepaald die van het Maasbekken. Dit gaat van kleine kerken, zoals de Ste-Madeleine in Bende, de Romaanse toren van de St-Georges in Grandhan, tot de grotere, zoals die van Tohogne, waar de graaf Godefroid van Durbuy (gestorven voor 1124) is begraven, en de dochterkerk van deze laatste, de Ste-Walburge van Wéris.

    De vroegere kapel van Ste-Madeleine in Bende is omgevormd tot woning, en zou bijna onopgemerkt blijven, als er niet de half-cirkelvormige abside uit de rechterzijgevel stak. Het decor hiervan is typisch voor Maasarchtiectuur uit de 12 de eeuw. Drie lisenen (verticale wandversieringen die indertijd « Lombardische banden » werden genoemd) zijn te bezichtigen : het zijn dunne pilasters, die in halfreliëf zijn gebouwd, die zogezegd een fries van een reeks rondbogen, die per twee gegroepeerd zijn, ondersteunen. Dit geeft een apart effect aan de bovenkant van de muur. Deze typische decoratie uit de 12de eeuw kan men terugvinden Vieuxville, Hamerenne, Xhignesse, Nassogne, St Sévrin-en-Condroz, en Ocquier.

    De St-Georges-kerk in Grandhan staat op een kleine, vooruitstekende heuvel, net naast de indrukwekkende kasteelhoeve die door de familie Cassalis gebouwd. Het huidige gebouw werd in de 18de eeuw opgetrokken en leunt tegen een Middeleeuwse toren, die oorspronkelijk bij de vroegere kerk hoorde. De kerk, met een Romaans aspect, heeft erg dikke muren (tot 1m 65) waarin kleine openingen zijn gelaten. Voor zover men tot op heden heeft kunnen vaststellen, dateert de kerk uit de 13de eeuw.
    De kerk St-Martin van Tohogne is van ver te zien, vanwaar men ook komt. Ze staat tussen de woningen van het dorp, met haar hoge, kalkstenen muren, en haar dak uit leisteen. Haar volume is imposant en massief. Dit doet denken aan de karakteristieke silhouettes van de Romaanse kerken uit het Maasbekken. De toren is zwaar en heeft bijna geen ramen aan de westkant. De hoofdbeuk ligt in het centrum, aan de zijkanten de lagere zijbeuken, en aan de oostkant bevindt zich het koor. Deze kenmerken treft men ook aan in Bois, Ocquier, Waha en Wierde, andere getuigen van de architectuutstijl ten zuiden van de Maas.

    De Ste-Walburge-kerk uit Wéris is ook van ver zichtbaar door zijn hoge spits uit leisteen. Ze staat in het midden van het dorp, naast het vroegere herenhuis. De kerk is ook in kalksteen opgetrokken, en heeft de karakteristieke volumes van de stijl uit het Maasbekken uit de 11de en 12de eeuw. Ze lijkt op de kerk van Tohogne, maar is proportioneel kleiner en lager. De toren heeft ook nauwelijks openingen, en het schip van de kerk heeft vijf travees of rijen. De zijbeuken zijn smal, en het koor is klein : het bestaat uit een rechte travee en een half-cirkelvormige abside.

    Een ander voorbeeld van uitzonderlijk gebouwen in de streek van Durbuy vindt men in Borlon. Het gat om een uitzonderlijke getuige van de Gothische kunst in de Condroz. De Notre-Dame-kerk ligt op een onregelmatige helling, en heeft een lang schip uit het begin van de 16de eeuw. Dit leunt tegen een koor, dat al van vroeger dateert, en dat even breed, maar minder hoog is. Het bestaat uit een korte travee en een halfcirkelvormige abside. Ze dateren beiden uit de 13de eeuw. Getuige hiervan zijn de ramen van de abside : ze hebben geen stopsteen en spitsboog die karakteristiek is voor de oudste Gothische voorbeelden van op het platteland zoals de St-Médard-kerk in Leffe (1230), en het koor van Ben-Ahin (vers 1229-1259), van Tihange of van Hastière (1260-1264).

    Laten we even de kerk van Grande-Eneille bekijken. Het is een mooi voorbeeld van de standvastigheid van de Gothische stijl in de Moderne Tijden. De kerk staat op een leisteenheuvel van het kerkhof. Ze is gewijd aan Ste-Marguerite en is volledig gebouwd in kalksteen. Aan de westkant staat de hoge Romaanse toren, met een mooie portiek aan de zuidkant, een lang schip met drie travees en een lager koor, waartegen de sacristie leunt aan de noordkant. De Ste-Marguerite-kerk dateert bijna volledig uit de 17de eeuw, zoals de drie jaartallen attesteren : 1633 op de sleutel van het gewelf in het koor, 1689 aan het oostelijke booggewelf van de toren, en 1704 op de deur van de sacristie.

    Kasteelhoeves en burchten

    De studie van de burchten, de kasteelhoeves en de lustkastelen tonen een evolutie die parallel loopt met de religieuze architectuur. De oudste delen van het kasteel van Durbuy hebben eenvoudige volumes, die gemakkelijker te verdedigen waren. De ruwe donjon van Izier doet denken aan de verdedigingstorens van de kerken van Grandhan, Tohogne en Wéris. Het klassieke kasteel van Bomal, dat in 1744 door Jean-Baptiste de Hayme gebouwd werd, toont dezelfde evolutie. De waaier van kasteelhoeves zijn meestal op dezelfde geometrische basis, met name de grote, gesloten binnekoer, gebouwd. Daarrond vindt men de vierkante torens op de hoeken, de beschermende slotgracht, de inkompoort, het hoge woonhuis, de grote schuren, de veestallen met de hooizolder, de paardenstallen en andere bijgebouwen.

    Laten we even kijken naar de kasteelhoeve van Jenneret, die via de herenkapel vastzit aan de kerk van St-Martin ; naar die van Petite-Eneille, die oorspronkelijk aan de familie Hamal-Brialmont toebehoorde ; naar die van Verlaine, bestaande uit links het herenhuis, en rechts de boerderij, en de kapel ; of nog die van Grandhan, met zijn herenhuis in L-vorm, en met zijn twee torens aan de noord-oost- en de zuidwestkant. Deze laatste toren werd de « tour de justice » (toren van de rechtspraak) genoemd, en werd in de 17de eeuw tegen het herenhuis uit de 16de eeuw gebouwd. Sommige van deze kasteelhoeves zijn vandaag grote boerderijen geworden, maar blijven getuigen van de aanwezigheid van de woning van de heer in de dorpen.

    Zoals de meeste steden van Luxemburg, is Durbuy in de geschiedenis verschenen met de bouw van zijn feodaal kasteel. In de 11de eeuw moest het castellum van Durbuy voor de verdediging van het noorden van Luxemburg zorgen, tesamen met een reeks wachttorens zoals die van Petite-Somme, Soy, Tour-Loheré, Barvaux, Izier, en de versterkte woningen van Fisenne, Bomal, en Wéris.

    Bomal-la-Grande bezat twee zulke versterkte woningen, de ene op de plaats van het huidige kasteel, en de andere, die van Froidcourt, iets hoger gelegen achter de kapel naast de Houard-boerderij.

    Het dorp Izier bezit de enige getuige van de gemeente Durbuy van een bewoonde toren uit de vroege Middeleeuwen. De toren steekt hoog uit boven het omringende platteland, en is veel massiever dan de smalle klokketoren van de St-Germain-kerk die vlakbij staat. Vandaag staat de toren in het midden van de boerderij. Een ronde trappentoren, met een kegelvormig dak, leunt ertegen aan de noordkant.

    In Durbuy is de plaats waar de burcht gebouwd is, geen toeval. De burcht moest de stad en het domein verdedigen, en zicht houden op het verkeer en de grenzen. Dit monumentaal geheel ligt op een uitstekende heuvel van kalkrotsen boven aan de Ourthe, en is meermaals aangepast door de geschiedenis heen. Vroeger was de burcht, en de rest van de stad omringd door een arm van de rivier, die sinds 1725 werd drooggelegd. De ronde muur omheen de stad en het kasteel, sinds ten laatste de 14de eeuw, is vandaag verdwenen. Maar Durbuy heeft zijn oorspronkelijk plan kunnen bewaren, met zijn netwerk van straatjes, dat aan de noordkant begrensd is door de St-Nicolas-kerk en de twee vroegere kloosters van de Recollets en de Récollectines. Deze dateren uit de 17de eeuw. Een blik vanop het uitzichtpunt volstaat om zich de oude stad in te beelden, die aan de voet van het « haut chastial » (hoge kasteel) lag. Laten we ook het kasteel van Petite-Somme vermelden, in de spitsboogstijl uit de 19de eeuw.

    Op het platteland dateert het bouwerfgoed voornamelijk uit de 18de en 19de eeuw

    Er blijven slechts weinig huizen over die van voor de 18de eeuw dateren. Uitzonderingen zijn de prestigieuze gebouwen het « maison Legros » in Barvaux; de boerderij « de la Prévôté » in Rome, die vroeger aan de families Kaye, Marckloff en Mathelin toebehoorden, of nog de grote boerderij in U-vorm in Wéris, die rond 1884 gebouwd werd door de meester-smid Jean-Mathieu Marchant.

    De stijl van de huizen verandert naargelang de periode, de situatie en de economische omstandigheden. Nu eens zijn het fiere boerderijen, in kalksteen en zandsteen, of populaire gebouwen uit rode baksteen, soms witgeverfd; dan weer zijn het originele constructies in houten vakwerk. Men kan zich inbeelden dat de gebouwen grijze, rode of witte vlekken waren op een achtergrond van bossen, valleien of hellingen. Enkele grote landbouwcomplexen, meestal vierkante boerderijen, zijn ook te zien in het landschap.

    In de typologieën van de huizen onderscheidt men huizen met één enkel volume, waarbij men onder hetzelfde dak het woongedeelte en de landbouwruimtes aantreft; huizen waarbij het woongedeelte gescheiden is van de bijgebouwen in L of U-vorm; of nog een geheel van volumes die rond een binnenkoer staan. De boerderijen van Bohon en Petithan, en die van Palenge, Izier (rue Elva) moeten hier zeker genoemd worden.

    Het geheel van dit landelijk erfgoed staat geïnventorieerd in het « Le patrimoine monumental de la Belgique ». In deel 7, dat gewijd is aan het arrondissement van Marche-en-Famenne, telt men meer dan 400 gebouwen die interessant zijn op geschiedkundig, archeologisch of esthetisch vlak.
    In de loop van de 19de eeuw stonden in de meeste dorpen nog een groot aantal huizen in houten vakwerk, naast enkele huizen in steen of baksteen. Rieten daken lagen op de meeste gebouwen, zelfs op degene die in harde steen opgetrokken waren. Leisteen werd weinig gebruikt, en dakpannen worden niet vernoemd. De vergankelijke materialen werden slechts geleidelijk vervangen door hardere, zodat de getuigen in vakwerk zeldzaam zijn geworden. Van deze manier van bouwen moeten we zeker het ovenhuis van Petite-Eneille (1815) vernoemen, evenals de kleine schuur en stal in vakwerk, met leem en baksteen op een basis van kalksteen in Verlaine (1820); een mooie grote, brede hooischuur in vakwerk, met leem en baksteen in Aisne (1833), of nog in Bomal, rue du Marché; in Wéris; in Grande-Eneille. Hierbij mogen we zeker niet vergeten het huis uit de 17de-18de eeuw in Villers-Sainte-Gertrude te vernoemen, met een zeldzame vorm van vakwerk, dat de naam « maison espagnole » (Spaans huis) heeft meegekregen.

    De « Halle aux blés » (Korenhal) van Durbuy is een zeldzaam exemplaar in Wallonië. Het gaat om een gebouw in houten vakwerk (op een later gebouwde basis in kalksteen) in een stad, waarvan de voorgevel doet denken aan de de hallen die men in steden in Brabant of Vlaanderen ontmoette.

    In het algemeen wordt in de traditionele woning in Durbuy kalksteen, baksteen en minder vaak hout gebruikt. De morfologie van een dorp is dikwijls nauw verbonden met de lokale geschiedenis. De originele kern bestaat dikwijls uit een kasteel – hetgeen op het platteland overeenkomt met een indrukwekkende boerderij met eventueel een donjon-toren- en een kerk.

    De dorpstypologieën zijn ook beïnvloed door de agro-geografische zone waartoe ze behoren. De dorpen uit het gedeelte van de gemeente dat in de Condroz ligt lijken op de straatdorpen die op de heuvelruggen of -flanken in de Condroz bestaan. Elders treft men eerder het Famenne-model aan : het dorp ligt veelal – maar niet altijd – rond een centraal gelegen plein.
    Barvaux en Bomal zijn oorspronkelijk kleine dorpen die zich ontwikkeld hebben rondom de kruispunten van de wegen. Ze hebben een belangrijke verstedelijking gekend in de 19de en 20ste eeuw, door hun ligging aan de verkeersassen van wegen en spoorwegen.

    Korte beschrijving van de belangrijkste dorpen in de gemeente

    Aisne
    Klein dorp op de baan Bomal-Manhay, langs de gelijknamige stroom. Rond de klassieke kapel staan boerderijen en huizen uit vakwerk of kalksteen, midden tussen de constructies uit de 20ste eeuw.

    Barvaux
    Toeristisch dorp beneden in de vallei van de Ourthe en op de flanken ervan. De hoofdas ligt evenwijdig met de rivier, en de kerk ongeveer in het centrum. Er zijn burgerhuizen met een park, maar ook andere huizen en kleine boerderijen uit de 18de en 19de eeuw. Ze liggen in een heterogeen en recent geheel. Enkele gebouwen tonen nog sporen van vakwerk.

    Bende
    Een homogeen kalkstenen dorp, dat languitgerekt en loodrecht op de brede flank van een beboste heuvel ligt. Aan de hoofdstraat liggen drie grote boerderijen en enkele huizen, waarvan het middelste een voormalige Romaanse kapel was. Het dorp heeft zich uitgebreid naar hogergelegen gronden in de 19de eeuw, niet ver van de kapel die niet meer in gebruik is.

    Bohon
    Een landbouwgehucht, dat bovenop een leemplateau ligt, tussen de Ourthe en de dorpen Barvaux en Durbuy.

    Bomal
    Dit dorp ligt aan de samenloop van de Ourthe en de Aisne, aan het kruispunt van twee verkeersassen. Vele gebouwen dateren uit het begin van deze eeuw : ze zijn erg verschillend van elkaar en minder interessant. Vanuit sommige hoeken is het bakstenen kasteel alom tegenwoordig. Een herinrichting van het kruispunt, en de restauratie van het kasteel geven dit dorp een nieuw gezicht.

    Borlon
    Borlon ligt op een onregelmatige helling, voornamelijk langs één straat die naar beneden loopt. De huizen en de lange boerderijen zijn uit kalksteen. Ze liggen loodrecht op de helling, of parallel.

    Durbuy
    Durbuy ligt voor het grootste gedeelte op de rechteroever van de Ourthe, tussen steile en beboste hellingen die het als het ware gekneld houden. Op één van de hellingen treft men de beroemde anticlinaal aan. Een bocht van de rivier die in de 18de eeuw is drooggelegd, ligt rond een heuvel heen uit kalkrotsen. Daar ligt sinds de Middeleeuwen het grafelijk kasteel. Aan de voet van dit kasteel ligt een dicht netwerk van straatjes, tussen de kerk in het noorden en de twee oude kloosters uit de 17de eeuw. De muur uit ten laatste de 14de eeuw die rond dit schiereiland lag, is helemaal verdwenen. Durbuy, bekend als de « kleinste stad ter wereld » heeft zijn stedelijke, dichte structuur behouden, en heeft zich nauwelijks ontwikkeld tijdens de hedendaagse periode. De traditionele huizen vormen een erg homogeen architecturaal geheel. De meerderheid zijn gebouwd in kalksteen, en soms nog in vakwerk, zoals de beroemde hal uit de 16de eeuw.

    Grand-Bru
    Landbouwgehucht aan de voet van de eerste uitlopers van de Ardennen.

    Grande-Eneille
    Dit straatdorp was vroeger helemaal in vakwerk gebouwd. Het ligt iets verwijderd van de Ourthe-vallei, aan de voet van een beboste helling, die door een beek wordt uitgeschuurd. Ten zuiden van de oude kalkstenen kerk liggen verschillende huizen en boerderijen die in de 20ste eeuw een voorgevel in baksteen kregen, of bijna volledig werden herbouwd.

    Grandhan
    Het gaat om een traditionele groepering van een belangrijke kasteelhoeve en een kerk, een beetje verwijderd van de Ourthe en van de rand van een steile helling. De « tour de justice » (gerechtstoren) uit de 16de eeuw trekt onmiddellijk de aandacht.

    Herbet
    Dit gehucht bestaat voornamelijk uit vier grote boerderijen in baksteen uit de 19de en 20ste eeuw. De gebouwen van drie daarvan staan in een vierhoek, en één heeft meer verspreide gebouwen.

    Hermanne
    Dit gehucht bestaat uit een hoofdstraat, die op de helling ligt, en enkele dwarsstraten, zoals de straat die de heuvelrug volgt. Het geheel ligt op een glooiende helling van de Condroz, tussen de weiden. De lange, traditionele boerderijen uit zand- of kalksteen liggen op lijn, en dateren voornamelijk uit de 19de, en soms uit de 18de eeuw.

    Heyd
    Dit is een belangrijk dorp op een eerder steile helling van de Aisne, dat doorkruist wordt door een hoofdstraat en enkele zijstraten, met oudere en nieuwe gebouwen waartussen dikwijls plaats is gebleven.

    Houmart
    Landbouwgehucht op het plateau van de Condroz, aan de rand van de vallei van de Héblon.

    Izier
    Izier ligt op een plooi van het plateau bovenaan de Ourthevallei. Het dorp bestaat voornamelijk uit twee straten die samenkomen, en waarlangs huizen en langgerekte boerderijen liggen. Twee grote boerderijen zijn heel interessant.

    Jenneret
    Jenneret ligt op een steile en beboste helling van de Néblon, zijrivier van de Ourthe. Het gehucht ligt verborgen tussen de bomen, en bestaat uit een groep gebouwen met de kerk, de kasteelhoeve en enkele boerderijen en huizen uit kalksteen. Sommige dateren uit de 17-18de eeuw, andere uit de 19de eeuw en een minderheid uit de 20ste eeuw.

    Lignely
    Dit kleine gehucht ligt op de westelijke, steile en beboste helling waar enkele langgerekte boerderijen uit de tweede helft van de 19de eeuw of uit het begin van de 20ste eeuw dateren. Ze zijn gebouwd in zandsteen of blauwe steen, met een dak uit dikke, zware leisteen of uit moderne eternit.

    Longueville
    Dicht bewoond gehucht in twee zones van een kleine vallei met weiden en bossen. De gebouwen bestaan uit kalksteen, baksteen of vakwerk, en hebben daken uit leisteen, eternit of zwarte dakpannen, en dateren uit de 19de eeuw. De late maar traditionele boerderijen dateren uit de 19de en 20ste eeuw.

    Morville
    Dit landbouwgehucht ligt op de kalksteenrichel, aan de voet van de eerste uitlopers van de Ardennen.

    Oppagne
    Oppagne ligt in het zuiden van het territorium, dat voornamelijk aan landbouw is gewijd. Enkele mooie gebouwen in kalksteen zijn te vermelden, evenals de op lijn geplaatste megalieten.

    Ozo
    Op de top van een heuvel. Een klein uitgerekt gehucht, langs een straat, met huizen en boerderijen in kalksteen voornamelijk uit de 19de eeuw, dikwijls tegen elkaar aanleunend of kort bij elkaar. Ze staan rond de neo-Gothische kerk. Aan de twee uiteinden van het dorp staan twee vierhoekige boerderijen. Meerdere daken hebben de oude, dikke leisteen als pannen (cherbains).

    Petite-Eneille
    Twee grote boerderijen en enkele huizen in vakwerk domineren dit kleine gehucht op een golvende helling van de Ourthevallei.

    Petithan
    Petithan is fel uitgerekt en de huizen zijn verspreid, maar ligt tussen de bossen. In het oosten van het dorp liggen meerdere huizen en boerderijen in vakwerk, maar dikwijls gemoderniseerd of soms onhandig gerestaureerd.

    Septon
    Landbouwdorp op het plateau van de Condroz. Enkele grote en vierkante boerderijen uit kalksteen zijn de moeite waard.

    Tohogne
    Tohogne is een relatief belangrijk dorp bovenaan een plooi, met twee parallelle straten, die door zijstraten verbonden zijn. Er is een concentratie van kalkstenen gebouwen rond de Romaanse kerk. Er staan vooral langgerekte boerderijen uit de 19de en 20ste eeuw.

    Verlaine
    Verlaine is omringd door bossen. Het is een dorp op een helling van een vallei die door een kleine beek is gevormd. De hoofdstraat maakt een lus rond het park van de klassieke, kalkstenen kasteelhoeve. Daarnaast staat het hoge volume van de bakstenen kapel. Meerdere kleine straten lopen tussen de huizen en de boerderijen uit de 18de, 19de en 20ste eeuw, uit kalksteen, zandsteen, vakwerk en - de meeste recente - in baksteen.

    Vieux Fourneau
    Ligt in een ondiepe, beboste vallei, langs de weg, met gebouwen in zandsteen of kalksteen uit de 19de of begin 20ste eeuw. De meer recente zijn uit baksteen. De volumes van de huizen en van de boerderijen zijn eenvoudig.

    Villers-Ste-Gertrude
    Dit dorp ligt op de eerste uitlopers van de Ardennen. Het herbergt een belangrijk openbaar domein, waaronder de boerderij en het kasteel talrijke bezoekers aantrekt.

    Warre
    Dit nogal dicht gehucht in kalksteen ligt uitgerekt op de bovenkant van de Ourthevallei. Een kapel ligt iets buiten het dorp, in het zuiden, bovenaan een vooruitstekende heuvel, boven de Ourthe, en een andere kapel ligt in het wooncentrum.

    Wéris
    Wéris heeft zich gevormd halverwege een glooiende helling, met een onregelmatig reliëf, hetgeen zijn onregelmatig wegennet uitlegt. Een dichte kern bevindt zich rond de kerk, met huizen en boerderijen in kalksteen, zandsteen en vakwerk voornamelijk uit de 19de eeuw. In het westen bevindt zich een uniek megalietenveld, dat zich uitstrekt over een breedte van ongeveer 2 km, van het noorden/noordoosten naar het zuiden/zuid-westen.

  Durbuy, c'est aussi

Tourisme
Les infos touristiques
Economie
La vie économique
Japon
Relations belgo-japonaises
Mobilité
Vos déplacements
Enfance
Adresses et conseils
Enquêtes publiques
Dossiers et informations
Conseil communal
Prochain conseil communal
Info Travaux
Les travaux en cours
CPAS
Service Energie